|
Samenvatting
Circa 2% van de populatie heeft een dermate hoge intelligentie
dat aanpassingsstoornissen op het werk kunnen ontstaan, soms
met verzuim als gevolg. Aan de hand van bepaalde kenmerken
en signalen kunnen bedrijfs- of verzekeringsartsen hoogbegaafdheid
herkennen en bespreekbaar maken. De oplossing kan liggen in
het wijzigen van functie-inhoud of arbeidsomstandigheden;
medische of psychotherapeutische behandeling is dan niet nodig.
Een disfunctionerende hoogbegaafde medewerker wordt zo een
gewaardeerde kracht, die unieke bijdragen levert op het werk
.
Inleiding
Meer en meer wordt erkend dat hoogbegaafden met hun capaciteiten
kunnen helpen om complexe vraagstukken op te lossen 1. Velen
van hen functioneren op hoog niveau. Maar net zoals een aantal
hoogbegaafde schoolkinderen, disfunctioneren sommige hoogbegaafden
op het werk en zijn ze ongelukkig 2. Sommigen worden ziek
en zelfs blijvend arbeidsongeschikt. Welke kenmerken vertonen
de problemen van hoogbegaafden op het werk? Wat kunnen bedrijfs-
en verzekeringsartsen hiermee?
Ter illustratie eerst twee casus.
- Casus1
Alice Wismeijer is een 38-jarige vrouw. Zij is onderzoekster
bij een overheidsdienst en heeft door zelfstudie in de avonduren
veel diploma’s gehaald. In haar werk functioneert
ze goed. Ze heeft echter al jaren een collega die haar pest.
Ze probeert daar niet op in te gaan en verzuimt bijna nooit.
Op een dag wordt het haar allemaal teveel. De bedrijfsarts
stelt burnout vast. Zij verzuimt langdurig. Ze zoekt zelf
naar therapie. Er komt veel leed uit haar jeugd naar boven.
Na een jaar wordt zij volgens een WAO-keuring geschikt bevonden
voor eenvoudig werk voor 20 uur per week. Alice vermoedt
dat ze zeer intelligent is en weet dat eenvoudig werk voor
haar niet vol te houden is, maar durft dit niet in te brengen.
Zij krijgt vreselijke huilbuien op het spreekuur van de
bedrijfsarts en deze weet niet wat hij met haar aan moet.
Reïntegratie lukt niet.
- Casus2
Joost Bakker is een 42-jarige automatiseerder. Hij heeft
nekklachten, waarvoor hij regelmatig verzuimt. De bedrijfsarts
roept hem op voor een wat langer gesprek. Joost is wat angstig
en erg met zijn gezondheid bezig. Verder blijkt hij nogal
eenzaam, heeft ook weinig contacten met collega’s.
Hij functioneert inhoudelijk goed, zijn baas is blij met
hem. De bedrijfsarts suggereert een advies van de A&O-psycholoog
bij de Arbo-dienst. Deze neemt na een uitgebreide anamnese
ook een aantal testen af. Hieruit blijkt dat Joost o.a.
extreem hoog scoort op analytisch denken.
Joost vertelt dat hij op de middelbare school is getest,
maar van zijn ouders nooit de uitslag mocht hebben. Verder
wijzen de tests en het gesprek niet op ernstige problematiek.
De psycholoog adviseert Joost om bij de vereniging Mensa*
informatie op te vragen. Hij overwint enige weerstand en
volgt het advies op. Op basis van de reeds afgelegde test
wordt hij lid. In de documentatie die hij krijgt, herkent
hij veel. Hij krijgt binnen de vereniging verschillende
waardevolle contacten. Een jaar later maakt hij bij de bedrijfsarts
een ontspannen indruk. Hij heeft nog wel nekklachten, maar
verzuimt er zelden meer mee. Hij is een nieuwe studie begonnen
en is blij met het advies dat de psycholoog hem gaf.
Er is geen algemeen geaccepteerde definitie van ‘hoogbegaafdheid’
3. Volgens de definitie van de vereniging Mensa * betekent het
een IQ dat ligt in de bovenste 2 %, gescoord op een erkende
IQ-test. Afhankelijk van de soort test is dat een IQ van 140
à 150.
Er zijn vele soorten van intelligentie. Gardner beschrijft er
acht: linguïstisch, logisch-mathematisch, ruimtelijk-visueel,
muzikaal, lichamelijk, naturalistisch, emotioneel en intrapersoonlijk
4. De laatste twee vormen noemen anderen emotionele intelligentie.
De meeste aandacht in de literatuur en in testen gaat uit naar
de eerste drie.
Voor werkprestaties blijken de gebruikelijke intelligentietests
niet voorspellend 5. Hoe effectief iemand in de toekomst problemen
in de realiteit kan gaan oplossen wordt niet alleen bepaald
door intelligentie, maar ook door kennis en vaardigheden die
iemand heeft verworven 3. Ook de omgeving (ouders, school etc)
speelt een rol in de ontwikkeling 6.
Kenmerken van hoogbegaafden
Hoewel natuurlijk alle hoogbegaafden verschillend zijn, zijn
er wel kenmerken, die veel voorkomen. Sommige daarvan zijn
van nature aanwezig, andere zijn geleidelijk ontstaan door
interactie met de omgeving. Oorzaak en gevolg zijn dus niet
altijd te onderscheiden.
- Snelheid van denken. Het
denken van hoogbegaafden verloopt sneller. Men maakt veel
gedachtesprongen, associeert snel en springt schijnbaar
van de hak op de tak.
- Hooggevoeligheid. Een hoger
ontwikkelingspotentieel gaat vaak samen met hooggevoeligheid
7. Deze hooggevoeligheid uit zich op verschillende gebieden:
psychomotorisch, sensueel, intellectueel, imaginatief, emotioneel
7 en kan lijken op ADHD.
Zintuiglijke overprikkeling uit zich auditief (machines,
radio’s, smakken), visueel (lichtinval) of de tastzin
(bepaalde stoffen, merkjes in kleding of aanrakingen). Hooggevoeligheid
in het algemeen staat momenteel sterk in de belangstelling
8.
- Introversie. De interne
wereld van hoogbegaafden is sterk ontwikkeld. Ze zijn snel
en gemakkelijk te kwetsen en houden daarom mensen op een
afstand. Sommigen mijden feestjes en dergelijke, omdat de
gesprekken hen niet interesseren. Dit kan lijken op autisme
9. Introversie kan ook ontstaan door het zich afgewezen
voelen. Mensen met hoge IQ’s zouden moeilijker ‘soortgenoten’
ontmoeten, waardoor men gauw in een isolement komt 10.
- Emotionele ontwikkeling. Veel
hoogbegaafden voelen sterke emoties. Maar omdat het cognitieve
denken overheerst en veiligheid biedt, blijft de emotionele
ontwikkeling relatief achter. Ze kunnen gevoel en verstand
moeilijk verbinden. Dit kan versterkt worden wanneer men
zich al jong eenzaam voelt. Bijvoorbeeld wanneer de omgeving
het kind niet als hoogbegaafd (h)erkent. Gelukkig is de
emotionele ontwikkeling bij veel hoogbegaafden wel goed
verlopen.
- Creativiteit. Het denken
van hoogbegaafden is anders dan van normaal begaafden: globaler
en met een sterk voorstellingsvermogen. Voor gemiddeld intelligente
mensen zijn zij vaak niet te volgen. Ze kunnen snel patronen
herkennen, waardoor zij bijvoorbeeld trends kunnen voorspellen.
Zij kunnen vaak intuïtief conclusies trekken 11. De
creativiteit wordt nogal eens gefrustreerd in het reguliere
onderwijs.
- Onafhankelijkheid. De oordeels-
en meningsvorming van hoogbegaafden gaat vaak autonoom te
werk. Zij zijn non-conformistisch en vertonen daardoor wat
leerkrachten snel ‘onaangepast gedrag’ noemen
11. Deze onafhankelijkheid hangt samen met de genoemde creativiteit.
Zij hebben vaak een hekel aan niet-democratische autoriteit
12.
- Perfectionisme. Perfectionisme
gaat vaak gepaard met het hebben van te hoge verwachtingen
van anderen, maar ook met schaamte, schuldgevoel en minderwaardigheidsgevoelens
door het niet kunnen voldoen aan de eigen hoge normen 9,13.
Hierdoor ontstaat spanning en soms ‘verlamming’.
- Leerstijl. De leerstijl
is vaak explorerend. Aan leren van gewone ‘rijtjes’
hebben ze een enorme hekel, ze vinden het oninteressant
en gaan zich vervelen 12. Ze snappen de vragen van de leraar
of uit het leerboek vaak niet, ze zoeken daar te veel achter.
Dat leidt tot frustratie. Sommige hoogbegaafde volwassenen
ontberen basiskennis, maar hebben wel veel kennis op gebieden
waarin ze geïnteresseerd zijn. Ze ontwikkelen vaak
geen leerstrategieën omdat ze nooit leren van falen
9.
- Faalangst en onderprestatie. Als
de intelligentie niet wordt gestimuleerd, ontwikkelen kinderen
vaak slechte werkgewoontes 14. Ze denken soms zelf dat zij
dom zijn, worden faalangstig en gaan onderpresteren 9. Hun
motivatie om te gaan leren daalt. Dit kan later leiden tot
frustraties en teleurstellingen in hun loopbaan.
Hoogbegaafden en problemen op het
werk.
Hoe hoogbegaafdheid zich op het werk uit en hoe de hoogbegaafde
dit zelf ervaart, is nog nauwelijks onderzocht. Een van de
auteurs (FC) werkte lange tijd als P&O-adviseur in een
omgeving van veel hoogbegaafden. Hij ontdekte een verrassende
parallel tussen hoogbegaafden en kunstenaars. Beiden kunnen
zich vaak pas ontplooien als er aan soms wonderlijke voorwaarden
wordt voldaan. Inspiratie en motivatie blijken belangrijker
factoren dan kennis en kunde 15
Daarnaast hebben wij loopbaanervaringen van o.a. Mensa-leden*
en vanuit onze eigen praktijk verzameld. Op basis van dit
alles presenteren wij in tabel 1 een aantal kenmerkende uitspraken,
zowel vanuit medewerker- als omgevingsperspectief. Bij drie
of meer van deze kenmerken valt hoogbegaafdheid te overwegen
als oorzaak voor de aanpassingsproblemen op het werk.
Tabel 1
Kenmerkende uitspraken van werkomgeving en hoogbegaafde medewerker
bij aanpassingsproblemen
| wat de werkomgeving
signaleert. |
Wat de medewerker
zelf benoemt. |
| 1 Veel conflicten
met management en autoriteiten |
Ik heb een groot
rechtvaardigheidsgevoel. |
| 2 Slecht luisteren
naar anderen |
Mijn ideeën
worden niet begrepen, maar ik heb meestal gelijk. |
| 3 Motieven moeilijk
te plaatsen. |
Wat zit er toch
achter? Ik ben kennelijk bedreigend voor mijn collega’s. |
| 4 Slechte timing
in bijv. vergaderingen |
Ik word aldoor tegengewerkt,
wat gaat het allemaal langzaam. |
| 5 Sterke pieken
en dalen in functioneren, zonder aanwijsbare oorzaak |
Ik weet helemaal
niet wat ik wil, ik vind haast alles interessant. |
| 6 Niet duidelijk waar medewerker
het beste inzetbaar is, houdt zich met van alles bezig
|
Ik ontvang weinig waardering,
men ziet niet wat ik kan. |
| 7 Geen doorzettingsvermogen
en discipline |
Ik ben snel afgeleid. |
| 8 Is moeilijk benaderbaar, niet
sociaal |
Ik heb een hekel aan social
talk. |
| 9 Stelt allerlei eisen over
omgevingsfactoren |
Ik snap niet dat de rest in
die herrie kan werken. |
De aanpassings- en communicatieproblemen worden zichtbaar
uit het verschil tussen de linker- en de rechterkolom.
Disfunctionerende hoogbegaafden zijn zich vaak niet bewust
van de eigen intelligentie, waardoor onkunde van anderen als
onwil wordt geïnterpreteerd 16. Ze ergeren zich en gaan
vaak veel te snel. Verder is er de neiging sterk op de inhoud
gericht te zijn, en weinig op zaken als enthousiasme en motivatie
2. Aan de andere kant proberen ze zich soms juist teveel aan
te passen, waardoor algehele ontevredenheid kan ontstaan en
de profilering onvoldoende duidelijk is om geschikt werk aan
te trekken.
Adviesfuncties, creatieve beroepen en specialistische functies
in b.v. de juridische, medische, technologische, onderwijskundige,
PR of journalistieke sector zijn vaak heel geschikt, evenals
het opzetten van een eigen onderneming 17. In de aansturing
door de leidinggevende dienen doel en resultaat voorop te
staan en niet de te volgen methode (‘kompasbenadering’).1
Bij die benadering kunnen hoogbegaafden unieke bijdragen leveren
aan bijvoorbeeld strategie, probleemoplossing, trendwatching
en productontwikkeling.
Hulpverlening
Het herkennen van de eigen hoogbegaafdheid is vaak een belangrijke
stap om beter te gaan functioneren. Een van de auteurs (FC)
onderscheidt hierbij vanuit zijn ervaring met coaching en
loopbaanbegeleiding vijf, vaak onbewuste, strategieën,
zie tabel 2, 18. Na publicatie van deze indeling kwamen twintig
reacties van de doelgroep, die alle blijk gaven van veel herkenning.
Vaak vindt ontwikkeling plaats van de ene naar de andere strategie.
Soms worden in verschillende omgevingen verschillende strategieën
naast elkaar toegepast.
Tabel 2
Strategieën van hoogbegaafden ten aanzien van leven en
loopbaan
| Strategie |
Plaats van hb
in leven en loopbaan |
| Onopvallend |
Houdt zichzelf
gedeisd, waardoor persoonlijke ontwikkeling beperkt blijft.
Vaak niet bewust van hoge intelligentie: vindt zichzelf
vrij dom. Functioneert in eenvoudige banen. Kan door het
ontdekken van hoogbegaafdheid groeien naar een van de
andere types. |
| Geaccepteerd |
Heeft al vroeg aansluiting
gevonden bij mensen op eigen niveau, en is daardoor gestimuleerd.
Heeft geen grote aanpassingsproblemen gekend en heeft
een normale persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt. Werkt
bijv. in een hoogbegaafde omgeving (Wizz kids? Gespecialiseerde
onderzoeker?), als adviseur met een unieke taak bij een
uniek bedrijf, of begint voor zichzelf. |
| Sociaal |
Heeft door schade
en schande ontdekt dat je alleen met intelligentie niets
bereikt. Heeft zijn/haar sociale vaardigheden actief verbeterd
tot een hoog niveau. Weet daadoor veel aansluitingsproblemen
op te lossen. Functioneert vaak in banen die bij uitstek
multidisciplinair zijn. |
| Confronterend |
Heeft een loopbaan
van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Van conflict
naar conflict en soms zelfs van ontslag naar ontslag.
Probeert te overleven door nadruk op de kwaliteit van
het werk. Kan groeien naar ‘Sociaal’ of overgaan
naar ‘Isolement’. |
| Isolement |
Opereert vrijwel
in een isolement. Loopt gevaar contact met de samenleving
kwijt te raken. |
Inmiddels hebben enkele psychologen, coaches en loopbaanbegeleiders
zich gespecialiseerd in hoogbegaafde volwassenen. Zij kunnen
specifieke kenmerken duiden en aangrijpingspunten voor ontwikkeling
aangeven. En zij zullen minder snel een onjuist pathologisch
oordeel vellen. Bovendien begrijpen zij dat hoogbegaafden
weliswaar zeer snel en goed kunnen denken, maar dat dit niet
geldt voor de sturing van hun eigen ontwikkeling of hun eigen
loopbaan.
Psycholoog Hans de Vries 19 geeft in zijn boek praktische
adviezen om beter contact te krijgen met het alledaagse leven
en daarmee met de samenleving. Zoals ‘niet doen’
als leidraad om te voorkomen dat ze te snel en te veel dingen
naar zich toetrekken. Corten benadrukt het belang van zelfsturing
in de loopbaan 15: van nature zijn hoogbegaafden geneigd rationeel
te redeneren vanuit wat ze allemaal kunnen, wat gedaan moet
worden en welke specifieke omstandigheden dat vereist. Om
dan verbaasd of teleurgesteld te ontdekken dat dat niet vanzelf
leidt tot een goede aansluiting op de werkplek. Contact met
hun eigen gevoel, met dat wat ze graag willen en waardoor
ze gemotiveerd worden blijkt vaak een betere basis voor contact
met collega’s en profilering op de werkplek dan feitelijke
kwaliteiten.
Wat kunnen bedrijfs- en verzekeringsartsen met deze kennis?
Als zij de beschreven patronen bij cliënten herkennen
of vermoeden, kunnen zij dit allereerst met degene zelf bespreken.
Liefst met enige discretie, aangezien hoogbegaafdheid niet
altijd een positief gevoel oproept. Soms weet de cliënt
zelf al wat hem of haar te doen staat, en is eenvoudige begeleiding
voldoende.
Indien nodig kunnen zij een psychologische test (met speciale
aandacht voor intelligentie) aanvragen of gericht doorverwijzen
naar een hulpverlener met ervaring op dit terrein. Zoals zo
vaak kan ook hier vroegtijdige interventie veel leed besparen
en kan met relatief eenvoudige middelen veel bereikt worden.
Met name als de medewerker zich meer volgens motivatie en
interesses gaat leren ontwikkelen en profileren, kunnen veel
problemen verdwijnen. Dat kan werkgever en samenleving hoogwaardige
en gemotiveerde krachten opleveren.
Tot slot
De belangrijkste bronnen voor dit artikel zijn, behalve de
genoemde literatuur, ervaringen van cliënten, ervaringen
en inzichten binnen Mensa Nederland en natuurlijk onze eigen
levenservaringen. Wij hopen dat er onderzoekers in geïnteresseerd
zijn om hier verder mee bezig te gaan. Dit om de talenten
van hoogbegaafden beter te benutten. Van de verworven inzichten
zullen echter ook anderen baat hebben: methoden voor bijvoorbeeld
zelfonderzoek, die bij hoogbegaafden goed werken, blijken
voor anderen evengoed verrijkend en boeiend.
Graag horen wij uw reacties over dit onderwerp uit de praktijk.
Auteurs
Mw A.P. Nauta is bedrijfsarts en A&O-psycholoog. Zij werkt
als wetenschappelijk medewerker en als free lance adviseur.
De heer drs. F.G.P. Corten is van oorsprong bioloog/filosoof
en heeft een eigen loopbaanadviesbureau ‘Werk en Waarde’.
Noot
* Mensa is een wereldwijde belangenvereniging van zeer intelligente
mensen. Zie www.Mensa.nl
Literatuur
- Bil T, Peters J. De Breineconomie, Strategische keuzes
voor waardecreatie. Pearson Education: 2001.
- Raat F de. Hoogbegaafdheid werkt niet altijd goed. NRC
Handelsblad 3 juli 2002.
- Robinson NM, Zigler E, Gallagher JJ. Two tails of the
normal Curve. Similarities and Differences in the Study
ofMental Retardation and Giftedness. American Psychologist
2000; 55(12): 1413-1424.
- Gardner H. Soorten intelligentie. Amsterdam: Uitgeverij
Nieuwezijds, 2002.
- Ackerman PL. Adult intelligence. ERIC/AE Digest Series
EDO-TM-96-03, September 1996.
- Mönks FJ. Hoogbegaafden: een situatieschets. Pag
17 t/m 32 in: Mönks FJ, Span P (red). Hoogbegaafden
in de samenleving. Nijmegen: Dekker & van de Vegt, 1985.
- Silverman LK. Persoonlijkheidsontwikkeling en hoogbegaafdheid.
Amerikaanse Mensa bulletin, september 1986.
- Beuken M van den. Hooggevoeligheid als uitdaging. Deventer:
Ankh-Hermes, 2002.
- Barreveld-Teisman Ina. Jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong.
Amersfoort: Omnino 1e druk 1995, 2e druk 2002.
- Towers Grady. IQ en het probleem van de sociale aanpassing.
Artikel uit januari 2002 Mensa Inside, Vertaald door Edu
Braat. Mensa Berichten 469, april 2002.
- The National Foundation for Gifted and Creative Children.
Zie
http://www.nfgcc.org/b.htm
- The National Foundation for Gifted and Creative Children.
Zie http://www.nfgcc.org/a.htm
- Rebel-Runckel JJA. Analyse van vijf jaar ervaring in het
contact met hoogbegaafden. Pag 372 t/m 377 in: Mönks
FJ, Span P (red), zie 6.
- Freeman J. Emotionele aspecten van hoogbegaafdheid. Pag
268 t/m 284 in: Mönks FJ, Span P (red), zie 6.
- Corten FGP. In vier stappen naar leuk en zinvol werk.
Mensa berichten, juni 2002. Zie www.werkenwaarde.nl
- Alvarado N. De aanpassing van hoogbegaafde volwassenen.
Overgenomen uit Advanced Development Journal of Adult Giftedness
vol 1, jan 1989.
- Geffen G van. Mensa-leden en de cultuurtypen van Harrison.
Zie www.seba-interim.nl
- Corten FGP. Een hoogbegaafde loopbaan. Mensa berichten,
januari/februari 2002. Zie www.werkenwaarde.nl
- Vries H de. Te veel mens, te weinig dier. Leefadviezen
voor intelligente mensen. Amsterdam: Ambo, 1999. Pagina
30.
Summary
Gifted adults (people with a very high intelligence) sometimes
are not able to function adequately at work. There exists
hardly any scientific research on this topic. This article
describes some characteristics of gifted people. Illustrated
with examples the problems at work are explained. These problems
can, when not recognised, lead adaptation problems with sick
leave and disability. When occupational health physicians
and insurance doctors will recognise these characteristics
they can offer more adequate help or refer to other professionals.
When motivation is restored people with very high intelligence
are high-grade and can help solve complicated problems.
Dit artikel is eerder verschenen in het tijdschrift voor bedrijfs-
en verzekeringsgeneeskunde (TBV 10, nr. 11, nov. 2002), van
uitg. Bohn Stafleu van Loghum te Houten.
|