|
Hoogbegaafden zijn lang niet altijd succesvol. Ongeveer
een derde heeft in meer of mindere mate problemen op het werk.
Door hun bijzondere gaven raken ze geïsoleerd of hebben
ze vaak conflicten. Loopbaanbegeleidingsbureaus hebben steeds
meer aandacht voor deze specifieke groep werknemers.
Wat hebben een aantal succesvolle captains of industry en
ruim 2 procent van de zwervers in Nederland met elkaar gemeen?
Ze zijn hoogbegaafd, met dit verschil dat de ene groep daardoor
zeer succesvol is geworden en de andere juist het spoor bijster
is geraakt in het leven.
Hoogbegaafdheid leidt bij volwassenen nogal eens tot uitersten.
Zo heeft circa een derde van alle hoogbegaafden nergens last
van en groeit uit tot maatschappelijk grote hoogten. Weer
een derde functioneert vaak goed, maar leidt een onopvallend
bestaan. Soms krijgen ze op latere leeftijd alsnog problemen.
Nog eens een derde heeft regelmatig problemen: deze mensen
ervaren een 'mismatch' tussen hun omgeving en zichzelf. Vaak
hebben ze wel een baan, maar vertonen ze moeilijk gedrag:
ze hebben conflicten of bemoeien zich juist weinig met collega's,
ze doen taken heel goed of juist heel slecht, ze hebben moeite
met autoriteit en leiden nogal eens aan faalangst. Deze groep
kan in het ergste geval doorschieten en in de marge van de
samenleving belanden.
De begeleiding van hoogbegaafden met problemen op de werkvloer
verkeert nog in een pril stadium, volgens Willem Kuipers en
Annelien van Kempen van loopbaanadviesbureau Kuipers en Van
Kempen in Voorburg. Het bureau is gespecialiseerd in 'extra
intelligente mensen', een neutralere term dan het enigszins
beladen woord 'hoogbegaafden'. ,,We komen regelmatig mensen
tegen die al jaren problemen hebben op hun werk, die cursussen
sociale vaardigheden en dat soort dingen doen, maar voor wie
alles pas op zijn plaats valt als ze hier zijn geweest. Veel
mensen weten namelijk helemaal niet van zichzelf dat ze extra
intelligent zijn.''
Werkgevers onderschatten de problemen van hoogbegaafden,
vindt ook Frans Corten van loopbaanbegeleidingsbureau Werk
en Waarde in Delft, eveneens gespecialiseerd in hoogbegaafden.
,,Als je deze mensen op een verkeerde plek in een bedrijf
zet, blijft er veel potentieel liggen. Ze worden ontevreden
in hun werk en vertrekken, of worden stoorzenders op de werkvloer.
Terwijl deze groep juist grote problemen kan oplossen en daarbij
net zo waardevol kan zijn als dure externe adviseurs.''
Kenmerken
Voor oplettende managers is het niet zo heel moeilijk om hoogbegaafde
werknemers te herkennen. Hun gedrag vertoont vaak een aantal
karakteristieken die sterker ontwikkeld zijn dan bij normaal
begaafden. Dat kan leiden tot ongerief. Zo denkt de hoogbegaafde
werknemer zeer snel en is hij allergisch voor domheid van collega's.
Hij/zij denkt in te grote stappen en reageert weinig diplomatiek
op onbegrip. Onder collega's leidt dat tot irritatie en de houding
'hij zal wel gelijk hebben, maar we geven het hem niet'. Met
als gevolg dat de werknemer geïsoleerd raakt. Corten: ,,Naast
hun hoge IQ hebben hoogbegaafden vaak een gewoon EQ (emotionele
intelligentie) en dat is niet voldoende om hun ideeën weloverwogen,
op het juiste moment en op de juiste toon aan de orde te stellen
in een organisatie zonder irritatie te wekken.''
Een ander kenmerk van hoogbegaafden is hun nieuwsgierigheid.
Kuipers en Van Kempen: ,,Ze zijn eindeloos in de weer met
nieuwe dingen en vervelen zich bij routineklussen. Dan gaan
ze fouten maken. Voor de omgeving is dat onbegrijpelijk: hoe
is het mogelijk dat iemand die zo intelligent is fouten maakt
bij eenvoudig werk? Maar een hoogbegaafde verliest zijn interesse
op het moment dat hij iets onder de knie heeft.'' Corten haalt
het voorbeeld aan van een hoogbegaafde werkneemster die overspannen
wordt. De bedrijfsarts geeft haar eenvoudig werk voor 20 uur
per week. ,,Die 20 uur zijn prima, maar een overwerkte hoogbegaafde
moet je geen eenvoudig werk laten doen. Je moet ze intellectueel
uitdagen, maar emotioneel weinig belastend werk laten doen
en dat betekent zo min mogelijk prikkels: geen muziek tijdens
het werk, geen telefoon, geen mensen die in- en uitlopen.''
Wat ook nogal eens tot problemen leidt op het werk is de
grote behoefte van hoogbegaafden aan autonomie. Een autoritaire
baas die graag controle uitoefent gaat heel moeilijk samen
met een hoogbegaafde. Kuipers en Van Kempen: ,,Hoogbegaafden
zijn vaak kunstenaar, advocaat, journalist, adviseur, beroepen
waar je relatief weinig gecontroleerd wordt. Wordt er te veel
controle uitgeoefend, dan gaan ze vechten of vluchten. Daarbij
kunnen ze wild om zich heen slaan. Daaraan ten grondslag ligt
de existentiële vraag: hoor ik er wel bij, kan ik mezelf
zijn?''
De moeite die hoogbegaafden hebben met autoriteit heeft ook
te maken met het feit dat ze van jongs af aan niet gewend
zijn om te luisteren, aldus Corten. ,,Al op de basisschool
wisten ze het regelmatig beter dan de leerkracht.'' Overigens
geldt die voorsprong alleen voor kennisvragen, niet voor levensvragen.
Want de hoogbegaafde heeft juist moeite met niet-kennisprocessen.
Om de emotionele vaardigheden te vergroten, neemt Corten,
die aangesloten is bij de organisatie 'De Wandelende Coach',
zijn cliënten vaak mee naar buiten. ,,Ik laat ze dan
bijvoorbeeld een kruising in het landschap zien en vraag ze
de paden associatief te benoemen. Dus niet: ruiterpad, wandelpad,
asfaltweg, maar bloemenpad, kabouterpad en enge weg. Daarna
laat ik ze een relatie leggen met hun loopbaan. Laatst heb
ik een cliënt als huiswerk vijf kinderboeken laten lezen,
bedoeld om de kennis even opzij te zetten en het gevoel weer
boven te laten komen. Over hoogbegaafdheid heb ik het meestal
helemaal niet, daar kan ik toch niks aan doen. Wel aan het
versterken van die emotionele kant. Ik leer ze minder nadruk
te leggen op wat ze al dan niet kunnen en meer op wat ze leuk
vinden.''
Begeleiding
Tegenover de intellectuele zekerheid van hoogbegaafden kan emotionele
onzekerheid staan. Kuipers en Van Kempen: ,,Ze voorzien dingen
die fout kunnen gaan. Dat leidt tot diepe onzekerheid. Als manager
moet je daar vertrouwen tegenover stellen.'' Hoogbegaafdheid
gaat vaak gepaard met hooggevoeligheid: de hoogbegaafde neemt
meer prikkels waar dan de normaal begaafde. En dat kan lastig
zijn op de werkvloer: de werknemer kampt met keuzeproblemen,
versnippert zijn aandacht, trekt zich te veel van alles aan.
De manager moet op een aantal signalen letten, aldus Corten.
,,Als iemand zijn werk goed doet, maar zonder enthousiasme,
of als iemand veel verschillende dingen kan, maar nergens
echt voor kiest, of vaak zonder aanleiding conflicten heeft,
dan kán het gaan om een slecht in zijn vel zittende
hoogbegaafde. Ook de combinatie van onder- en overpresteren
is heel kenmerkend voor deze groep. Als een hoogbegaafde goed
functioneert, scoort-ie een 9, doet-ie het niet goed, dan
is het ook meteen een 3. Bij een normaal begaafde werknemer
liggen die cijfers veel dichter bij elkaar.''
De manager moet voorkomen dat de hoogbegaafde zich isoleert
in zijn werk. ,,Hij is ten slotte eindverantwoordelijk en
heeft zicht op andere factoren dan de inhoud van het werk,
zoals de wens van de klant en de presentatie. De hoogbegaafde
stelt namelijk de inhoud boven alles en denkt dat iedereen
dat het belangrijkste vindt.'' Kuipers en Van Kempen: ,,Extra
intelligenten zoeken alles tot op de bodem uit, ze doen meer
dan ze moeten doen. De manager heeft daar vaak weinig begrip
voor, want het kost meer tijd.'' Maar, zeggen Kuipers en Van
Kempen, gelukkig hebben deze mensen ook veel positieve kanten:
,,Je kunt ze zelfstandig op een klus zetten, ze zijn inventief
en kunnen dus snel oplossingen verzinnen, ze hebben een scherp
waarnemingsvermogen en kunnen behoorlijk vasthoudend zijn.
Dus als je ze als manager vertrouwen schenkt, zijn het uitstekende
werknemers. Het is niet erg als ze een taakomschrijving krijgen,
als daarin maar voldoende rekening wordt gehouden met die
drang naar autonomie en de andere karakteristieken van de
extra intelligente werknemer.''
De loopbaanbegeleiders leren de hoogbegaafden om te gaan
met hun talenten. Welke taken en rollen zijn geschikt of juist
ongeschikt? Kuipers en Van Kempen: ,,We proberen te zorgen
dat de extra intelligente werknemer niet doorschiet in zijn
sterke kanten en binnen de bedrijfscultuur blijft passen.''
Kleinere bedrijven met een hoogwaardige specialisatie, zoals
architectenbureaus of reclamebureaus, waar de werknemer mede
de koers kan bepalen, zijn vaak prettige werkomgevingen voor
een hoogbegaafde, volgens Grethe van Geffen, directeur van
Seba, een adviesbureau op het gebied van cultuur en diversiteit.
,,De hoogbegaafde past het beste in een taak- of persoonscultuur.
Om teleurstellingen te voorkomen moeten ze dat in een sollicitatiegesprek
duidelijk aangeven.''
Wat de hoogbegaafde vooral niet moet doen, volgens alle loopbaanbegeleiders,
is zich volledig aanpassen aan de werkomgeving. Van Geffen:
,,Dat gaat ten koste van zijn kwaliteiten. Bedrijven moeten
maar leren omgaan met diverse mensen en het beste uit hen
naar boven te halen.''
Positief probleempje
De werkgever van Pim Bos, hoofd automatisering van Berk Accountants
en Belastingadviseurs, schakelde loopbaanadviesbureau Kuipers
en Van Kempen in toen het management vond dat hij een persoonlijk
trainer nodig had in verband met een mogelijke functiewijziging.
Het bedrijf stond voor grote veranderingen in de organisatie
en Bos werd omschreven als `niet erg makkelijk in de omgang,
maar waardevol voor de organisatie': door het personeel werd
hij afgeschilderd als iemand die moeilijk communiceerde en
de klanten diende hij te ongezouten van repliek. Doorgroeien
naar een andere functie zat er daardoor niet in en ook in
zijn functie als hoofd automatisering viel het nodige te verbeteren.
Via Kuipers en Van Kempen werd hij op het spoor gezet van
Mensa, de belangenvereniging voor zeer intelligente mensen.
Willem Kuipers: ,,Hij bleek weerbarstig te worden door het
onbegrip en de miskenning van collega's, maar overigens een
`warm mens' te zijn.'' Bos: ,,Voor mij werden veel dingen
uit mijn verleden en in mijn werk helder. Ik kan mijn problemen
nu beter hanteren. Ik zei altijd maar een deel van wat ik
dacht, ik nam aan dat iedereen het dan wel begreep. Dat bleek
niet zo te zijn.''
Bos werd lid van Mensa. ,,Ik ben nu zelfbewuster, omdat ik
een niet al te vervelende verklaring heb voor mijn gedrag.
Toen ook mijn omgeving wist dat ik een positief probleempje
had, konden ze daar makkelijker mee omgaan. Ze doen er wel
eens lacherig over, maar ze zien dat ik er nuchter mee omga
en dat helpt. De werksfeer is aanzienlijk beter geworden en
daardoor gaan de veranderingsprocessen in het bedrijf makkelijker.''
3 juli 2002
|