|
door: Machteld
van Laer
Onlangs
heeft de regering besloten € 10 mln uit te trekken voor
hoogbegaafden in het basisonderwijs opdat superslimme kinderen
zich op school niet meer hoeven te vervelen. Maar hoe zit het
met hoogbegaafde volwassenen? Bereiken ze de top of blijven ze
bij gebrek aan discipline hangen in middelmatigheid? ‘Hoogbegaafd'
is een vergelijkend begrip. Iemand is hoogbegaafd wanneer de score
op een intelligentietest hoger is dan 98% van de bevolking. Dus
2% van de mensen is hoogbegaafd. Een hoge denksnelheid en een
groot analytisch vermogen zorgen voor een hoog Intelligentiequotiënt
(IQ). Maar deze eigenschappen staan lang niet altijd borg voor
een succesvolle loopbaan. ‘IQ is een bijzonder slechte voorspeller
van wat men uiteindelijk presteert in het leven', stelt de Amerikaanse
psycholoog Robert Sternberg. In zijn boek Succesvolle intelligentie
bepleit Sternberg een veel breder begrip van intelligentie. Praktische
intelligentie, ondernemingsgevoel en creatieve intelligentie —
gevoel voor vernieuwing — zijn volgens hem veel belangrijkere
sleutels tot succes.
Sternberg
vertelt over de briljante student op Yale, die overal uitgenodigd
werd voor sollicitatiegesprekken. Uiteindelijk kreeg hij door
zijn arrogantie en gebrek aan ‘praktische intelligentie' maar
één baan aangeboden, van een tweederangsorganisatie
waar hij het krap twee jaar uithield. ‘Veel belangrijker dan IQ
is het voor de carrière aardig en bekwaam gevonden te worden',
stelt Sternberg.
Frans Corten kan zich
wel vinden in die anekdote. Als loopbaancoach met specialisatie
hoogbegaafden helpt hij vastgelopen werknemers met een hoog IQ
uit heel Nederland. Vaak zijn het mensen met problemen op het
werk. Ze zijn overbelast geraakt, niet omdat het werk te moeilijk
was, maar te gemakkelijk.
Deze omkering betekent
dat het advies van goedbedoelende personeelsafdelingen hier niet
opgaat. ‘Ga het maar wat rustiger aan doen' werkt desastreus.
Meer ingewikkelde dingen opzoeken, en vooral doen ‘wat je zelf
echt wilt' is voor hoogbegaafden het advies.
Volgens Corten— zelf
ook hoogbegaafd — is motivatie de allesbepalende factor. Omdat
zij in principe heel veel kunnen, moeten hoogbegaafden niet vanuit
hun competenties benaderd worden. Ze kunnen wel ergens goed in
zijn, maar als dat werk hun geen voldoening geeft, worden ze ongelukkig.
‘Als je iets kunt, wil dat nog niet zeggen dat het geschikt voor
je is', beaamt ook Jennifer Campbell. De 36-jarige organisatieadviseur
verandermanagement weet al sinds haar achttiende dat zij hoogbegaafd
is. Zij liet zich testen in het verlengde van haar oriëntatie
wat precies te gaan studeren. ‘Op verstandelijk niveau kon ik
alles. Ik had ook wiskunde kunnen gaan doen', stelt zij. ‘Met
een hoog IQ is het maken van de juiste keuzes nog belangrijker.
Want anders wordt het moeilijk de discipline op te brengen om
je talenten tot hun recht te laten komen.'
Daarom helpt Corten
mensen contact te krijgen met hun eigen diepere loopbaanwensen.
Bijkomend voordeel: hoogbegaafden worden daardoor ook milder,
waardoor de contacten met de collega's ook beter lopen. ‘De zogenaamd
objectieve werkelijkheid van loopbaancompetenties is een illusie',
vindt Corten. ‘Of iemand in het team geen problemen gaat geven,
dat is het allerbelangrijkste selectiecriterium.' En daar lopen
hoogbegaafden vaak tegenaan. Ondanks de toegevoegde waarde die
ze zouden kunnen leveren, zijn ze geen gewenste werknemers. ‘Hoogbegaafd,
dat betekent gedoe, iemand met soms heel andere gedachtes, die
misschien ook de leidinggevende nog eens gaat tegenspreken, dat
willen we allemaal niet.'
Waar
Corten echt fel over wordt is dat ook bedrijven die zichzelf innovatief
noemen de hoogbegaafden geen kans geven. Terwijl de beste adviezen
kunnen komen van iemand die heel erg intelligent is. ‘Laat een
gemotiveerde hoogbegaafde rondlopen en heel erg goed kijken naar
het op te lossen probleem. En dan heb je helemaal geen dure adviesbureaus
meer nodig', stelt hij.
Hoogbegaafden overleven
alleen in grote organisaties als ze een bijzondere positie krijgen,
weet Corten. Die positie heeft dan niet met hiërarchie te
maken, benadrukt hij. Hoogbegaafden hoeven helemaal niet omhoog,
voor hen is het belangrijk dat ze het anders mogen doen. ‘Voor
routineklussen moet je zeker geen hoogbegaafde gebruiken, die
gaat zich dan namelijk vervelen en die gaat dan allerlei manieren
bedenken om het anders te doen.'
Voor hoogbegaafden zijn
vrije beroepen het meest geschikt. Nogal wat van zijn klanten
hebben een technische of een economische opleiding, die ze zijn
gaan doen omdat ze ‘het goed konden'. Vervolgens vonden ze hier
niets aan en gingen ze iets creatievers doen.
Uitgever Dick Ahles
(57) is zo'n vrijeberoepsbeoefenaar. Als freelancer adviseert
hij uitgeverijen en in dat kader werkt hij nu drie dagen bij De
Pers en twee dagen bij het internetbedrijf First Focus.
Het grootste deel van
zijn leven heeft Ahles voor VNU gewerkt. Daar ging hij steeds
van het ene onderdeel naar het andere. ‘Dat was echt beleid bij
VNU dat je niet te lang achter elkaar hetzelfde moest doen', zegt
hij. Voor hem was dat ideaal, want hij kan zich heel snel inwerken.
Ahles eindigde bij VNU als directeur van De Gouden Gids tot die
in 2004 verkocht werd.
Als voordeel van hoogbegaafdheid
vindt Ahles dat hij zaken snel kan overzien: ‘Ik kan heel goed
analyseren en organiseren.' Maar zoals Corten signaleert, ervaart
Ahles ook nadelen bij zijn hoogbegaafdheid. Zo kan hij snel ongeduldig
worden. Vooral tijdens vergaderingen heeft hij daar last van.
‘Ik kan dan gewoon niet plaatsen dat mensen het niet meteen begrijpen',
lacht hij. Maar sinds hij weet dat hij hoogbegaafd is — op latere
leeftijd deed hij toevallig mee aan een thuistest van Mensa, de
vereniging voor hoogbegaafden — is hij zich van de reden van zijn
ongeduld meer bewust. ‘Het is misschien te stom voor woorden,
maar als hoogbegaafde kun je slecht tegen domheid.'
Klik hier
voor de krantopmaak (foto's zijn van Peter Boer)
|